Lieske

Een jaar of acht geleden kwam vanuit het niets het facebookfenomeen ‘Je bent van… als je…” Waarbij iedereen het collectief geheugen van zijn eigen dorp vorm gaf. Het duurde dan ook niet lang of ook Eksel had zijn eigen pagina: “Gèh zèt van Eksel as gèh…”. Veel Ekselaren postten er herinneringen, soms met leuke foto’s uit een ver of minder ver verleden. En wat een reacties. Velen werden er oprecht blij van. Eén constante die altijd terugkwam bij iedereen die de pagina voor het eerst bezocht: het winkeltje van Dikke Lies of Lieske Dingele aan het Kerkplein.

Een voorschoot groot met rekken etenswaren tot tegen het plafond. Alles kon je er krijgen: van sigaretten tot en met sterke drank. Een koeltoog met wat broodbeleg, en natuurlijk –belangrijk voor ons- de afdeling snoep. Ook open op zondag.

Zelf herinner ik me het eindeloze geduld dat Lieske aan de dag legde wanneer ik op zondagvoormiddag de vijf frank die in mijn zakken brandde, kwam opkopen aan los snoep. “En nog twee van die zuurtjes, een liefdesdraad, een colaklits en een zure mat”. Ze graaide met haar dikke vingertjes de snoepjes uit de bakken en legde ze één voor een langs elkaar op de groen marmeren toog. “Dat was het” zei je, en pas dan begon ze te tellen. Terwijl ze de snoepjes één voor één in een papieren puntzakje gooide. Natuurlijk wisten we hoeveel we moesten betalen, want we hadden stiekem wel geteld.

Dat geld moest op, want ik had het meegekregen om in de schaal te gooien in de kerk. En tot nader orde gaf de pastoor niet terug op je wekelijkse bijdrage. Snoep in de zakken, en dan op weg naar de bibliotheek om het dikke uur te overbruggen dat een mis toen duurde.

Nog een geluk dat heel die ‘komedie’ zullen we maar zeggen, ongeveer stopte na mijn plechtige communie. Ik ken er die tot hun achttiende elke week verplicht moesten gaan. Die kwamen met de vijf frank voor de ‘kloäëter’ niet toe in het Torenhof. Nee geen namen. Ik heb bij Lieske Dingele ook eens één keer een paar schijven kaas moeten meebrengen. Slechts één keer, dat weet ik zeker. Ik kwam ermee thuis en mijn vader zei “Amai, die waes zikker voillighèd aan’t òòtdoen tun gèh doo kwaempt” En ja, u leest het goed: “voillighèd òòtdoen” want pa is van Hechtel en daar klinkt ‘onkruid wieden’ ongeveer zo. In het Eksels klinkt dat eerder als “voellighèd oetdoen”. Het eeuwige verschil tussen jòòn- en joensop. Al smaakt ze langs beide oever van de Nete even lekker.

Terug naar de kaas. Met vier keken we naar die bovenste lap kaas waar vier pikzwarte perfecte vingerafdrukken prijkten. Dat winkeltje dus. Voor velen spontaan het eerste waar ze aan denken bij de vraag “wat is echt iets van Eksel vroeger?” Het moet een combinatie zijn van nostalgie en warme herinneringen naar een vervlogen kindertijd. Op zijn minst opmerkelijk.

Dave Cuypers
12/08/2021

Volgende edities

'T GRAFIEKJE
• Uitgave week 5
2-3 februari
• Aanlevering: 25 januari

AFRIT31
• Uitgave week 6
9-10 februari
• Aanlevering: 1 februari