Zaterdag 11 juli. ’s Morgens vroeg en al loeiheet. Het zou een gewone zomerdag kunnen geweest zijn. Ware het niet dat ik hier al máánden naar uitkeek. Hoe lang is het niet geleden dat ik nog naar een festival geweest ben. Überhaupt naar iéts leuk geweest ben. En dan nog zonder een pintje te drinken. Het lijkt ondertussen surreëel, niet meer voor mij weggelegd. 42, en al medisch beperkt… Maar daar gaan we ons vandaag niets van aantrekken. Of toch proberen 😉 De morgen heeeeel op ’t gemakske aanpakken, want de dag wordt nog lang. En hopelijk nog leuk.
Een klein stresske steekt toch de kop op. Wat als ik de hitte niet aankan. Wat als mijn spijsvertering toch weer zijn leuke zelf beslist te zijn en mij verhindert om relax over de wei te wandelen. Wat als het te groot is. Wat als er niet genoeg toiletten zijn. Wat als… Mijn reddende engel (ja hoor, die leeft ook in mijn hoofd, alleen slaapt ie nogal veel, vooral als ik hem nodig heb) beslist om wakker te worden: ‘relax Katrien, neem uw voorzorgen en wat is dan het ergste dat kan gebeuren’… Daar durf ik eigenlijk niet verder over na te denken en dus doe ik dat ook niet. Bijna één uur…. De adrenaline neemt toe. Nog een laatste sanitaire stop, zakdoeken en flesjes in de rugzak en go, we’re off to pick up S.
Een zalige rit is ons deel. Door de laatste minizandwegjes in Weert (heb ik die fietser nu nét geraakt of niet?) raken we vlot tot aan de parking en in de (nabije) verte zie ik de tenten al opdoemen die gaan zorgen voor ons dagelijks vertier. Na een kort sprintje belanden we op de woestijn die de wei ondertussen is geworden na de hittegolven en bestellen we ons eerste drankje aan de toog (hoe je cola zero kan verstaan als Hoegaarden moet iemand mij toch eens uitleggen). Razorlight is verrassend als opener en de sfeer zit direct goed, ondanks het inferno dat zich boven onze hoofden afspeelt. Wat daarna volgt is een bizarre trip down… ja down wat eigenlijk… Zebra’s met een roze kapsel en waterpistooltjes galore! Clouseau heeft heel wat nieuwe nummers bij volgens S. Sadness in sepia, als de vlinders sterven in je schort… Maar het beste is toch: Domino, of zoeget. Een heerlijke coverband zorgt voor ‘the Beige Boys’, met hun eeuwige hit: Kimono Beach. Also sprach S. Daarna is er nog wat lol met een zatte Kaiser Chiefs, en ontdekken we een verborgen parel: de silent disco! Met behulp van wat onbekenden nemen we de dansvloer over, dansen we 2 uur in verzengende hitte en missen we volledig het optreden van Triggerfinger.
En dan, le moment suprême. Waar ik reikhalzend naar uitkeek bleek nog 1000 keer beter dan verwacht. Mijn muzikaal idool en persoonlijk lichtend voorbeeld; Moby. Met een bezeten technotrack neemt hij heel de wei over, en wij staan van de zijlijn toe te kijken. Ik kan de hekken zelfs aanraken, en bij een zijdelingse gitaarsolo krijgen we een zwaaike van monsieur himself. ‘Dansen tot je erbij neervalt’ heet dat dan. Vol adrenaline rijden we naar huis, door een slapend Budel, om op een deftig uur thuis te komen. Waarna ik niet kan slapen, want ik ben al in dromenland…
